Jouw huis staat al ergens

“Jouw huis staat al ergens”. Het was mijn oom die dit tegen me zei. Op het moment dat ik net verhuisd was naar mijn allereerste eigen huis. Want na één dag wist ik dat ik er doodongelukkig zou zijn. Het was een jaren dertig, sociale huur- middenwoning. Met zo’n prachtige erker aan de voorkant van de woonkamer. Wat ik toen niet wist maar nooit meer zal vergeten, is dat het gebruik van hout kenmerkend is voor een jarendertighuis. Zoals alle huizen die gebouwd zijn in deze crisisperiode. Alles is van hout.

Daar zat ik in mijn erker. Het uitspringende bouwwerk aan de voorgevel bestond uit glas in lood in de bovenste raampjes, die oplichtten wanneer de zon er doorheen scheen. Met een kop thee op mijn gloednieuwe bank luisterde ik naar de geluiden. In de woonkamer boven mij speelde een klein meisje, rennend en gillend hoorde ik haar voeten op de houten planken. Het was de enige scheidingslijn wat mijn woonkamer losmaakte van de buren één verdieping hoger.

Ik luisterde naar de ouders van het meisje, die nooit een normaal gesprek met elkaar leken te voeren. Het gegil van het meisje werd overschaduwd door zware schreeuwende stemmen. Boze klanken klonken door de kieren van het oude hout en bij goed focussen kon ik zinnen ontleden. Op mijn eerste avond klonk na geschreeuw een dreun en het werd oorverdovend stil. Grote mensen spelen geen tikkertje. Mijn zorgen begonnen, over het gezin boven mij en over dit nieuwe huis waar ik net een halve dag woonde.

Eigenlijk is een huis simpel, elk huis is hetzelfde. Vier muren en een dak. Soms hebben mensen een heel leven keihard gewerkt om erin te mogen wonen. Soms krijgen mensen het toegewezen omdat er simpelweg niks anders is. Wanneer zijn we ergens helemaal thuis?

Enkelen zijn bang voor “buiten”. Straatvrees of agorafobie noemen ze dat. Het huis wordt heilig, er is paniek wanneer ze de eigen vier muren moeten verlaten. Precies het tegenovergestelde bestaat ook, mensen die het eigen huis ontvluchten. Altijd op pad met anderen. Zoveel mogelijk redenen zoeken om maar niet naar huis te hoeven. In je eentje. Hoe kan het dat een woning voor de ene persoon de meest veilige plek op aarde betekent en voor de ander de meest confronterende? Een huis is blijkbaar voor iedereen wat anders.

Mijn veiligste plek op aarde ligt in, wat ze noemen; de slechtste buurt van Groningen. Het huis waar ik op zolder ben geboren. Het huis waar mijn ouders 36 jaar later nog steeds met plezier wonen. Het huis waar ik regelmatig op bezoek kom. Het huis waar ik nu precies tien jaar niet meer woon.

Er zijn tijden geweest dat ik mijn ouderlijk huis nodig had. Plus de twee bewoners die onlosmakelijk met deze plek verboden zijn. Hun ziel is voelbaar, in elke cel van de haperende achterdeur tot de gloednieuwe badkamer. Die zij hebben uitgekozen zoals alleen zij dat kunnen doen.

Er waren ook momenten dat het huis van mijn ouders confronteerde. Ik was van mening dat ik de wereld moest ontdekken, verhuizen naar Amsterdam, een wereldreis maken. Ondertussen woonde ik als volwassene nog steeds op 20 minuten fietsen van de plek waar ik was opgegroeid. Soms waren er momenten dat ik het huis bijna vergat omdat ik een eigen plek aan het creëren was. Een nieuwe veilige plek.

De zin van mijn oom spookte vaak rond door mijn hoofd. Ik dacht aan het feit dat mijn huis ergens was, ik moest hem alleen nog vinden. Hij was er al, stond al ergens. Ik probeerde het voor me te zien, ook al was ik er ver van verwijderd. Ik luisterde naar de broer van mijn moeder, een wijze man, vol ervaring en ik geloofde hem. En ik bleef geloof houden. Dat ook mijn leven zich wel zou ontvouwen. Als een landkaart die je langzaam uitrolt en met een zwarte stift een route uitstippelt.

Op welke manier dan ook, wonen in Portugal, Amsterdam of 20 minuten bij mijn ouders vandaan. Ik kon nu nog niet zien waar dit gehorige huis goed voor was maar ooit zou ik alle losse stippen kunnen verbinden, wat zich zou vormen tot een zwarte lijn. De route van mijn leven die ik nu nog niet kon zien.

Je huis is een plek waar je even het grote mensen leven van je af kan schudden. Waar je herinneringen maakt. Waar je geen masker hoeft te dragen. Maar ook de plek die confronterend kan zijn. Er is geen afleiding, geen drukte van veel andere mensen om je heen. Een huis spiegelt je eigen zijn.

Op vakantie voel ik mij na een paar dagen thuis. Als we aan het zwembad liggen en ik terug wil naar het hotel zeg ik al snel; “zullen we naar huis gaan”? Soms denk ik na over hoe mijn leven zou zijn als ik in Lissabon zou wonen. Heel anders waarschijnlijk. Maar ook heel erg hetzelfde. Want hoeveel verandert mijn locatie nou echt wie ik ben? Stel ik krijg vier nieuwe muren om mij heen, kom ik dan niet nog steeds dezelfde worstelingen in het leven tegen?

In een vreemd bed met andere geluiden om mij heen kan ik het nog steeds voelen. Als kind had ik heel erg last van heimwee en eigenlijk als volwassene nog steeds. Ik mis mijn veilige plek waar ik alles ken. Nu ik ouder ben kan ik het relativeren; “Het is maar 1 nacht of soms meerdere” “En dan mag ik weer naar huis”.

Nu weet ik dat het gevoel van “thuis zijn” mee naar buiten kan. Door minder mijn best te doen in het bijzijn van anderen, geen masker te dragen en rust te nemen waar ik ook ben. Ontspannen kan thuis maar eigenlijk overal waar je wil. Je kunt je veilig voelen in een hotelbed. Huis-gevoel zit voor een deel in onze gedachten, het heeft te maken met hoe we nieuwe plekken labelen.

Van studentenkamer, naar mijn allereerste appartement, naar ooit een huis met een tuin misschien. Groeien huizen met ons mee of groeien wij mee met onze huizen? Wil ik mijn hele leven hard werken om mijn hypotheek te betalen of heb ik een huis wat zich kan vormen naar mijn leven? Kies ik mijn ideale huis en dan mijn manier van leven? Of kies in mijn leven en dan het huis wat erbij past?

Mijn (tweede allereerste) echte eigen huis stond inderdaad al ergens. Eerst beklim je de trappen van het lelijke appartementencomplex. Wanneer je de bovenste verdieping bereikt, zie je een blauwe deur met een wit vierkant bordje. 4F staat er, mijn huis.

Het is een zolderwoning. Bij binnenkomst zal het je niet ontgaan, overal hangen foto’s van mensen en belangrijke momenten. Ze hebben zich niet alleen gevestigd in mijn herinneringen maar hangen ook verspreid. Boven de kapstok, bij het ophangen van je jas, tegen het witte keukenkastje bij het pakken van een glas water, boven de tv vanaf de grijze bank en zelfs op het toilet kun je er niet omheen.

Nu ik hier vier jaar woon heb ik steeds meer behoefte aan minder foto’
s. Dit huis is een plek waar ik alleen kan zijn, als ik water drink of tv kijk. Een nieuwe veilige plek is gevonden. In de wetenschap dat ik hier waarschijnlijk ooit weer wegga. Voor een tuin, minder hete zomers op zolder of Lissabon. Wie weet.

8 Replies to “Jouw huis staat al ergens”

  1. Wat mooi geschreven! En erg herkenbaar. Knap om dit te durven delen.

    1. Ja wel herkenbaar hè, opzoek naar een fijn huisje. Dankjewel! ♥

  2. Complimenten Margit!
    Mooi geschreven.
    Je neemt me mee in je overpeinzingen,
    Je kijkt naar links, je kijkt naar rechts, je kijkt terug en je kijkt vooruit.
    Maar je kijkt vooral naar binnen.
    Je weegt en stelt vast.
    En komt uiteindelijk tot een conclusie.

    Tim.

    1. Dank Tim! Mooi verwoord. Leuk dat we allebei graag schrijven, het zit wel in de familie.
      Liefs, Margit.

  3. Wat een mooi, puur en ontwapenend verhaal.
    Het geeft een beeld van iets, wat veel mensen zullen herkennen!
    Jouw huis staat al ergens en eigenlijk zit jouw huis binnen in jezelf.
    Als je dat gevonden hebt, ben je overal thuis. En dat zie ik steeds meer bij jou, zo mooi om te zien!!

    1. Nou je omschrijft het heel mooi! En ik hoop inderdaad dat het herkenbaar is..
      En dat laatste klopt helemaal:) Zo voelt het ook!

  4. Wat heb ik genoten van dit verhaal Margit.

    liefs,

    Gineke

    1. Hee Gien wat leuk dat je mijn verhaal gelezen hebt en dat je een berichtje achterlaat. Word ik altijd blij van! Heel veel liefs & hopelijk tot snel x

Geef een reactie