De moderne vrouw

Samen met mijn hersenschudding drink ik een cappuccino in de zon. Living on the edge. Want 1. Zon is slecht en 2. Cafeïne moet je zoveel mogelijk mijden. Maar goed je mentale welzijn is ook een ding. Weet ik na een aantal weken kluizenaarsbestaan. Dus hier zit ik dan. Op woensdagochtend in de kille maar verwarmende februarizon. Ik zie hoe een jonge jongen met gebogen rug van de ene kroegdeur naar de andere loopt. Zwarte druppels glijden van zijn versleten dweil op de lichtbruine tegels van het terras. Hij duwt de zware zwarte kroegdeur met zijn andere hand open en draait zich nog één keer om naar het café aan de overkant. Hij lacht. Naar een gewone vrouw. Zo één die op woensdagochtend, kopjes koffie in de zon drinken kan. Ik lach terug en neem een slokje.

De jongen loopt verder, stapt de zwarte gang in en de kroegdeur valt zwaar dicht. Het terras is leeg, overal om me heen zijn mensen hard aan het werk. Straten worden gelegd, terrassen opgebouwd en kots van de avond ervoor opgedweild. Groningen leeft weer. Na een lange stilte. Een man springt uit zijn vrachtwagen en laadt zorgvuldig de vaten bier en flessen sterke drank naar dezelfde zwarte deur, waar ondertussen de jongen met de dweil waarschijnlijk druk aan het poetsen is. De ene nacht nog niet opgeruimd of de ander wordt al voorbereid.

Ik denk na over hoe het was. Mensen zwetend tegen elkaar zwermend tussen de drukke steegjes van de Poelestraat. En Groningen kennende, enkel maar een paar uurtjes geleden. De wereld gaat open. Maar ergens op een andere plek hier niet eens ver vandaan ook heel erg dicht. Hier wordt blijdschap om de vrijheid gevierd terwijl scholieren daar les krijgen in een bunker. Hoor ik van de mensen om me heen. Want deze was ik nog vergeten: 3. Kijk zo min mogelijk naar een scherm. Wat nu betekent: volg zo min mogelijk nieuws. De wereld staat weer in de fik en ik krijg er maar weinig van mee.

De mannen naast mij werken in oranje hesjes met reflecterende strepen op hun knieën door het stroeve zand. Een voorbijgaande student fluistert schreeuwend tegen zijn metgezel zoals alleen studenten dat kunnen doen: “Hé is dat nou een moderne vrouw?” Ik schuif mijn zonnebril iets hoger op mijn neus en had meer dan ooit gewild dat ik een boek had, of een telefoon om me achter te verschuilen. Bij gebrek aan beiden staar ik zonder doel, in de verte om me heen.

De graafmachine naast mij gaat weer aan. Ook de pauze van de werkmannen is weer voorbij. In mijn mok enkel nog de schuimresten op de bodem van iets dat ooit een genietmomentje was. De afdruk van mijn lippen rusten op het witte keramiek. Mijn pauze duurt nog even, maar is hopelijk ook snel voorbij. Zodat ik net als de jongen met de dweil en de mannen bij de tegels ook weer aan de slag mag. En eigenlijk iedereen, ook de mensen verderop in de wereld, weer mogen gaan en staan waar ze willen. Want wat is onze vrijheid waard als een ander in zijn thuisland opgesloten zit?

Wat is onze vrijheid waard? Als daar de zon schijnt maar je hem niet voelen kan. Als je schreeuwen wil maar niemand je stem horen mag? Als je vecht voor je leven, onschuldig in je thuisland op de plek dat altijd een veilige haven zou moeten zijn?

“Wilt u nog een koffietje mevrouw?” Ze stond er al, ik had haar niet gezien. Ik bestel toch maar een kopje groene thee. Want nee, koffie is niet goed als je een hersenschudding hebt. Ik geniet van de zon, van de mensen om me heen. Want zie je – Ik leef. Maar heb even een pauze – houd me schuil als moderne vrouw op de terrassen wanneer er niemand anders zit. Met enkel mijn gedachten, hoop voor alle mensen en soms een lach van een jongen. Die niet weet, wat voor mij daarvan de betekenis is.

Geef een reactie